Publicaties

Keer terug

Menopauze

Inleiding

De menopauze treedt op wanneer de ovulatoire cycli definitief uitvallen hetgeen gepaard gaat met het wegblijven van de menstruaties.

De leeftijd waarop de menopauze optreedt is gemiddeld 51 jaar, met een brede spreiding tussen de 46 en de 58 jaar.

Met de perimenopauzale periode bedoelt men de maanden (soms jaren) die de menopauze voorafgaan en die gekarakteriseerd zijn door onregelmatige cycli en menstruaties.

 

Klinische veranderingen

1/  Uitblijven van de menstruaties

2/  Atrofische vaginitis met dyspareunie, doch ook frekwent dysurie

3/  Osteoporose

4/  Hot flushes (vapeurs) bij 75% van de postmenopauzale vrouwen.

5/  Bij een minderheid van de postmenopauzale vrouwen treden psychische veranderingen op: slapeloosheid, moeheid, nervositas.

 

Hormonale veranderingen

1/     Sterk gedaalde oestrogeenproductie : E2 (oestradiol) < 50 pg/ml

2/     Licht gedaalde progesteron : tussen 0.1 - 1 ng/ml

3/     Door gedaalde oestrogenen neemt feedback inhibitie op de hypofyse af, en stijgen de  hypofysaire gonadotrofines :  FSH > 40 IU/l en de LH > 30 IU/l.

4/     Testosteron en androgenen (DHEAS, androsteendion) matig gedaald.

 

Diagnose van menopauze

Enkel indien de 3 testen samen voldoen aan de criteria kan men met zekerheid over menopauze spreken.

Bij twijfel of wanneer slechts 1 (of  2) parameter(s) significant is (zijn) dan spreekt men van perimenopauze en is controle na 3-tal maanden aangewezen.

      1.   FSH > 40 IU/l (meestal tussen 40 - 150 IU/l)

      2.   LH   > 30 IU/l  (meestal minder sterk gestegen dan FSH)

      3.   E2    < 50 pg/ml

CAVE : Deze resultaten zijn niet relevant  wanneer een vrouw onder de pil of andere hormonale preparaten staat (FSH en LH stijgen minder).  Best bepaalt men de hormonale status 3 maanden na het stoppen van hormonale substitutie.

 

Follow-up en behandeling van menopauze en osteoporose

1/ Door de daling van de oestrogeenspiegels daalt de botmineralisatie en neemt de kans op spontane frakturen significant toe.

    Voor een vrouw van 50 j zijn de kansen om in de resterend periode van haar leven een fraktuur op te lopen de volgende :

     * 16 % thv de heup

     * 15% thv de pols 

     * 32% thv de wervelzuil

 

2/ Gezien het gevaar voor osteoporose is een éénmalige botdensitometrie rond de   menopauze (bv 50 jaar) aangewezen.

 

3/ Ter preventie van osteoporose is oestrogeensubstitutie aan te raden.

De oestrogenen zijn ook effectief tegen de flushes, atrofische vaginitis, atrofische uretritis.

Bij intacte uterus geeft men best de oestrogenen cyclisch of in associatie met progestativa (dervingsbloeding). Een dergelijk schema (Cyclocur,  Diviva, Premplus, Trisequens) vermindert het risico op endometrium-CA en zou ook het risico op borstpathologie verminderen.

 

Bij oestrogeen (en progesteron) substitutie is een jaarlijkse controle van de bloeddruk en een gynecologisch onderzoek (met borstpalpatie) aangewezen .

 

Ook controle van de lipiden kan nuttig zijn gezien oestrogenen een stijging van de triglyceriden en de HDL-cholesterol veroorzaken.

 

Topische aanbreng van oestrogenen voor vaginaal gebruik kan nuttig zijn bij atrofische vaginitis.

 

De transdermale oestrogeensubstitutie verschilt weinig van de klassieke toedieningwijze wat werking en bijwerkingen betreft.

 

Opmerking:

Door de bepaling van Ca, P, alkalische fosfatase (met iso-enzymes), VIT D en parathormoon  kunnen andere oorzaken van osteoporose worden gediagnosticeerd.

 

1/ Griff T. Ross, Disorders of the ovary and female reproductive tract. Williams textbook of Endocrinology, 1985; chap 9: 227-249.

2/ Lockefeer J.H.M., Herziening consensus osteoporose, Ned. Tijdschr. Geneesk., 1992; 136: 1204-1206.

3/ Bogaert M. and Reuse J., Oestrogenen. Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium, 1993: 139-140.


Dr. Philippe Cuigniez, 01/11/2000